Het belang van vorming in het onderwijs (II)

abc books chalk chalkboard
Photo by Pixabay on Pexels.com

Een lezer van mijn vorige blog over dit onderwerp postuleerde in een gesprek met mij een opvallende bewering namelijk dat het vormen en tonen van karakter, in een alsmaar materialistisch en egocentrisch voortschrijdende samenleving, weinig tot geen navolging zal krijgen en dus niets zal opleveren. Is dit zo? I tend to disagree.

Uit onderzoek is decennia geleden al komen vast te staan dat bijna 45 procent van kinderen het gedrag van ouders imiteren. In hun longitudinaal onderzoek gepubliceerd in 1973, met de titel: ‘Who becomes delinquent?” toonden West en Farrington al aan dat van normale schooljongens in de leeftijd van 8 tot 18 jaar, er 20 procent door de rechter veroordeelde delinquenten waren geworden. En dit was direct gerelateerd aan het gedrag van de naaste familie.

Intergenerationele overdracht van geweld is voor het eerst in 1940 beschreven door onderzoekers verbonden aan de universiteit in Harvard. Twee derde van de jongens in de stad Boston en omgeving die door de rechtbank naar een correctie-instituut waren gestuurd, hadden een vader die gearresteerd was. En van die groep had 45 procent een moeder die ook was gearresteerd. Als je denkt dat het allemaal lang geleden is: in 2007 verklaarde het ‘Justice Department’s Bureau of Justice Statistics in Groot-Brittanië, dat de helft van de 800.000 ouders achter de tralies een naaste familie lid heeft die ooit opgesloten is geweest. In 2014 is een zekere Weijer op dit onderwerp gepromoveerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn proefschrift had als titel: ‘The intergenerational transmission of violent offending.’ Een van de conclusies uit het onderzoek is dat er empirisch bewijs is gevonden voor intergenerationele overdracht van geweldsdelinquentie, van vader op zoon.

Dit alles brengt ons wederom bij het belang van vorming in het onderwijs en waarom goed onderwijs een belangrijke bijdrage kan leveren aan karaktervorming. Een van de belangrijkste autoriteiten in Groot-Brittannië over karakter en waarden in het onderwijs, de heer ‘Sir’ Anthony Seldon, hield in 2016 een pleidooi voor karakter en waarden als onderdeel van de maatschappij, beleidsontwikkeling en opleiding. Daarin maande hij overheden om karakter en normen en waarden te prioriteren. Maar wat zien we op Curaçao? Een minister die nog steeds niet begrijpt wat verantwoordelijkheid is en nu in de rol van slager zijn eigen vlees gaat keuren, een parlement die zich wederom tot een rubber stamp laat degraderen, een totaal gebrek aan onderzoeksjournalisten die zelf achter de feiten gaan en het beerputje opentrekken om ons over de verscholen waarheden te informeren, een tendentieuze straat enquête van een lokale ‘universiteit’ die een opendeur intrapt, redactionele commentaren die zwijgen, en wij die met z’n allen overgaan tot de orde van de dag.

Het belang van vorming in het onderwijs

abc books chalk chalkboard
Photo by Pixabay on Pexels.com

Laten we eerlijk zijn, de Curaçaose samenleving bevindt zich in een ernstige crisis, wellicht erger dan in mei 1969. Wegkijken en stiekem hopen dat alles, als bij toverslag, goed zal komen staat gelijk aan zelfbedrog. We hollen van de ene crisis naar de andere. Bedrijven en hotels sluiten hun deuren, bestuurders die in paniek raken bij de eerste de beste crisis die zich voordoet; grenzen met de grote buur gaan dicht, landjepik door een rijke ondernemer, opstandelingen die hekken vernielen terwijl agenten toekijken, en nu de mokerslag: criminelen dringen een politiebureau binnen en pakken hun door de politie afgepakte 600 kilogram drugs weer terug. Een korpschef en een minister die niet snappen wat verantwoordelijkheid is en dus blijven waar ze zijn. De lokale kranten en praktisch iedereen spreekt er schande van, maar waar het eigenlijk omgaat is: karakter.

Even terug in de tijd. De minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, Norberto Ribeiro, trad in 2005 af nadat het OM de zaak Campo II had verloren. Dat was niet de schuld van de Minister, maar de heer Norberto Ribeiro begreep wat verantwoordelijkheid betekent, toonde karakter en trad af. Hetzelfde gebeurde een jaar later nadat er een dode was gevallen tijdens een dialyse vanwege een te hoge concentratie aluminium in het water. Ook dat was niet de schuld van de minister van Volksgezondheid, de heer Stanley Inderson, maar hij toonde karakter en trad af. Hetzelfde is ook van toepassing op de heer Pedro Atacho die, in 1997 als minister van justitie, aftrad na ontsnapping van diverse gevaarlijke gedetineerden. Ook in andere landen hebben we soortgelijke daden gezien waarbij gezagsdragers karakter toonden. Velen van ons herinneren nog donderdag 23 april 1998 toen Marc Dutroux in België ontsnapte. De minister van Binnenlandse Zaken, Johan Vande Lanotte,  en de minister van Justitie, Stefaan De Clerck, toonden karakter en stapten op. In september van datzelfde jaar overleed in België de Nigeriaanse asielzoekster Sémira Adamu bij haar gedwongen uitwijzing doordat rijkswachters haar de mond snoerden met een kussentje. Minister van Binnenlandse Zaken, Louis Tobback, toont karakter en stapt op.

Maar wat heeft dit allemaal nou met vorming in het onderwijs te maken? Veel, heel veel! Er zijn verschillende aspecten van onderwijs en educatie waarvan aangetoond is dat ze van belang zijn voor de samenleving, karakter vorming is er een van. Aandacht voor vorming is belangrijk en gewenst. Martin Luther King jr. zei het al: “De functie van het onderwijs is om iemand te leren om intensief te denken en kritisch na te denken. Intelligentie plus karakter – dat is het doel van echt onderwijs.” De vraag hoe het onderwijs kan worden gestimuleerd om een eigentijdse invulling te geven aan vorming is ook de Onderwijsraad in Nederland voorgelegd. In hun advies wijzen zij er, onder ander, op dat vorming ook inhoud dat leerlingen/studenten noties meekrijgen die richting wijzen of aangeven wat van waarde is. Maar er is nog een belangrijke reden waarom vorming in het onderwijs noodzakelijk is. De complexe, pluriforme en dynamische samenleving stelt hoge eisen aan jongeren, zowel aan hun persoonlijkheid als aan hun functioneren in sociaalmaatschappelijk en beroepsmatig opzicht. Vormend onderwijs moet hen hierop voorbereiden. Het gaat dan om een koppeling van (a) goed onderwijs en (b) educatie van normen en waarden. Het is deze koppeling dat in ons onderwijs ontbreekt. Hierdoor glijden we langzaam maar zeker af naar een samenleving waarbij karakter tonen ver te zoeken is omdat we niet gevormd zijn tot mannen en vrouwen die verantwoordelijkheid nemen, maar schuiven het juist de ander in de schoenen. Willen wij op deze weg verder?

Gedion Isena

‘Stop met Nederlandse Examens in het Arubaans Onderwijs’. Een wetenschappelijke analyse of populisme?

Commentaar op opiniestuk: “Stop met de Nederlandse examens.

Door: Samuel Dumfries  en Gedion Isena

Twee weken geleden verscheen in de Amigoe en op Komenskypost de column ‘Stop met de Nederlandse Examens!’ van de heer Arnoud Kuijpers. Dit opiniestuk zou bij sommigen de indruk kunnen wekken dat de leraar Nederlands, de heer Arnoud Kuijpers een lans breekt voor de Arubaanse leerling, maar helaas is dit niet zo.

Zijn column begint met het verkondigen van enkele onjuistheden, die simpel hadden kunnen zijn voorkomen als de heer Kuijpers gewoon navraag had gedaan bij zijn collega’s (hij geeft zelf aan dat hij pas één jaar op Aruba is!). Het is onjuist om te stellen dat alle eindexamens op Aruba exact hetzelfde zijn als de examens die leerlingen in Nederland maken. De examens Geschiedenis, Aardrijkskunde, Spaans en Nederlands worden lokaal gemaakt. Hierdoor blijkt al meteen dat de heer Kuijpers zich in onvoldoende mate heeft verdiept in het voortgezet onderwijs op Aruba (en dan laten we kennis van het Arubaanse basisonderwijs maar buitenbeschouwing).

De suggestieve indruk die gewekt wordt alsof Arubaanse leerlingen heel gemakkelijk examens zouden kunnen afleggen in het Engels wordt nergens met feiten onderbouwd. Logisch, want het is incorrect. Het begrijpend lezen is al jaren een probleem in het voortgezet onderwijs op Aruba dat empirisch door de jaren heen is vastgesteld door de verschillende taalsecties binnen het voortgezet onderwijs.

In het opiniestuk worden taalachterstand, woordenschat en taalbegrip door elkaar gehaald. Het is evident dat de heer Kuijpers zich in zijn geheel niet, of in onvoldoende mate verdiept heeft in de verschillende onderzoeken die de sterke correlatie tussen woordenschatkennis en tekstbegrip bevestigen. Uit tientallen onderzoeken in verschillende landen wordt bevestigd dat de centrale factor voor tekstbegrip de woordenschat beheersing is.

Het door de heer Kuijpers geconstateerd taalprobleem is door hem verkeerd benaderd daar dit niet op wetenschappelijk gronden is geschied. Mede daardoor biedt hij geen echte oplossingen aan. Ooit is dit probleem op Colegio Arubano (Havo/VWO school op Aruba) projectmatig aangepakt door de secties van de exacte vakken. Dit deden ze door teksten, met daarin basisbegrippen (vanwege de taligheid van de examens) noodzakelijk voor het begrijpen van hun vakgebied, te overhandigden aan hun collega docenten Nederlands. De leerlingen kregen binnen het schoolprogramma tekstverklaring trainingen met deze contexten. Deze trainingen hebben aantoonbaar geleid tot een beter taalbegrip van de leerlingen voor desbetreffende exacte vakken.

Dit wordt bevestigd door recent onderzoek waardoor verschillende onderzoekers nu het belang van de systematische opbouw en integratie van woordenschat benadrukken. De didactische implicaties hiervan zijn evident, namelijk: gerichte woordenschatverrijking. De heer Kuijpers kan zich beter hierin gaan verdiepen om zodoende zijn leerlingen op Aruba nog beter te kunnen begeleiden en de dan opgedane empirische kennis met zijn collega’s te kunnen delen.

Dat dit probleem dus niet enkel en alleen een Arubaanse probleem is blijkt ook uit het feit dat verschillende onderzoeken aantoonden dat de algemene zorg in zowel Vlaanderen als Nederland over de vraag of leerlingen in het voortgezet/secundair onderwijs in Nederland en Vlaanderen wel voldoende leesvaardig zijn, voortkwam uit het functionele belang ervan. Wie niet goed genoeg kan lezen, komt niet goed mee op school en in de beroepspraktijk, waar verschillende schriftelijke vaardigheden worden vereist. De gevolgen van een tekortschietende functionele schoolse leesvaardigheid zijn aanzienlijk, want deze leidt tot schooluitval en maatschappelijke achterstand (zie onder andere een studie van de Nederlandse taal Unie uit 2008, getiteld: Aan het werk! Adviezen ter verbetering van functionele leesvaardigheid in het onderwijs).

De facto biedt de heer Kuijpers geen oplossing aan voor de door hem geconstateerd probleem. Hetgeen hij als dé ‘oplossing’ presenteert is de facto het loskoppelen van het Arubaanse onderwijssysteem van het Nederlandse. Maar wat komt daarvoor in de plaats? En waar is empirisch aangetoond dat het beter zal zijn voor de Arubaanse leerling? Antwoorden op deze vragen ontbreken in z’n geheel in het opiniestuk. Een schoolsysteem bekritiseren zonder zich te hebben verdiept in de historie ervan en zonder gedegen onderzoek is op z’n zachts gezegd zeer discutabel.

De ‘wetmatigheid’ die de heer Kuijpers presenteert, namelijk dat de examens uit Nederland bij de Arubaanse leerlingen leidt tot een laag zelfbeeld, frustratie en onzekerheid, klinkt paternalistisch en riekt naar scoringsdrang en is de facto pseudowetenschap. Elk wetenschappelijk bewijs voor zijn ongenuanceerde stelling ontbreekt.

In hetgeen sommigen aanduiden als het Ik-tijdperk, waarin wij leven, mag het geen verrassing zijn dat ego en populisme zich ook aanmelden bij complexe discussies zoals instructietaal in het onderwijs. Maar goed onderwijs staat of valt met eisen die gesteld moeten worden aan de beheersing van basisvaardigheden die van belang zijn voor het functioneren in de samenleving. Het verhogen van de basisvaardigheden taal en rekenen, op grond van kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek die consensus heeft binnen de wetenschap, moet centraal staan bij elke kwaliteitsverbetering van het onderwijs en niet emotionele retoriek die geen enkel wezenlijke bijdrage levert aan het steeds helpen verbeteren van het onderwijsniveau op Aruba.

                                                                                       ——–

drs. Samuel Dumfries en drs. Gedion Isena.

Zowel de heer Samuel Dumfries als de heer Gedion Isena zijn jarenlang werkzaam geweest binnen het Arubaanse voortgezet onderwijs en zijn door verschillende ministers van onderwijs in verschillende commissies, m.b.t. het voortgezet onderwijs, benoemd.

image.png

De heer Samuel Dumfries is bereikbaar op tel.: 00297-5618226

Email: cosmopolitan11@hotmail.com

image.png

De heer Gedion Isena is bereikbaar op tel.: 005999-5290925

Email: gedion.isena@gmail.com